Rome – Italiaanse gastvrijheid (Dutch blogpost)

DSC02116

Het is een ogenschijnlijk mooie dag in de Italiaanse hoofdstad. Het is een zomerdag in juni en Desiree en ik verplaatsen ons bijna gewichtloos door de straten, geen jack nodig, blote armen. We zijn onderweg naar de Spaanse Trappen, een heerlijk cliché hoogtepunt voor iedere toerist. Als semi-immigrant is Desiree geen toerist meer, maar ik val zelf voor 200% in die categorie. De Sony om mijn nek verraadt me, eigenlijk mijn complete houding van algehele bewondering voor alles wat ik  om me heen zie. Rome is een de mooiste Europese steden tot dusver en ik kan niet geloven dat ik hier ben.

Desiree en ik zijn net ying en yang met mijn grijze maxi-rok en zwarte top en haar zwarte maxi-rok en grijze top. Twee tegenovergestelden en tegelijkertijd bijna hetzelfde zonder dit te hebben afgesproken. We hebben ontbeten met een zoete croissant en een cappuccino waarin onze lepeltjes netjes in rechtop bleven staan en nu eten we de lekkerste tiramisu van heel Rome, in de warme ochtendzon, op de Spaanse Trappen. Uitzicht op de Fontana della Barcaccia (lees: fontein van de ‘Feyenoord-supporters’) hebben we haast niet door alle toeristen, maar dat is nu eenmaal het centrum van Rome. Naast de nodige ijdele selfies spoeden we ons de trappen op, op weg naar Villa Borghese.

In het prachtige groene park van Villa Borghese begint het tegen alle verwachtingen in opeens te miezeren. Aangezien we toch al verdwaald zijn op weg naar het meer met de roeibootjes, besluiten we te schuilen, zittend op een bankje, onder mijn plotseling tevoorschijn getoverde paraplu. Helaas blijkt het geen klein miezerig buitje te zijn dat wel even overwaait, maar een complete wolkbreuk. Elkaar vastklampend onder de paraplu, en ondertussen onze lange rokken omhooghoudende, moeten we naar de eerste de beste boom hollen om te schuilen. Hevige windvlagen met harde dikke regendruppels komen aan de zijkant onder de paraplu door. Ik houd de paraplu vast terwijl Desiree een top met lange mouwen uit haar tasje vist. Daarna draaien we om: Desiree houdt de plu vast terwijl ik me half nat in iets warmers probeer te worstelen.

DSC02211 DSC02218

Ietsje verderop tussen de bomen bevindt zich een houten kiosk met luifel waar reeds twee mannen staan te schuilen. We tellen tot drie en trekken om de plassen heen een sprintje om ook droog te staan. De paraplu nog steeds boven ons, want de houten luifel blijkt niet waterdicht. Eigenlijk slaat de regen alleen maar harder tegen onze benen aan. Rillend bestellen we – tegen alle Italiaanse regels in – een cappuccino om onze zinnen te verzetten. We kunnen het niet helpen dat bij elke windstoot die ons verder doorweekt, we een klein gilletje slaken. Van onbezorgd in de zon zijn we veranderd in verwaaide en verzopen katjes. Gelukkig hebben we nog steeds de slappe lach.

De kiosk wordt gerund door een echtpaar met hun volwassen dochter. Wanneer het weer eigenlijk meer noodweer genoemd kan worden laten ze ons via een zijdeur naar binnen. Binnen is het veel groter dan verwacht. Eerst is het nog aardedonker, maar als het peertje langzaam feller begint te schijnen realiseren we ons dat we in een leeg theater staan. In het theater gaat een raampje open, waar we uitzicht hebben in dezelfde kiosk, maar dan vanuit het theatertje. Vanuit daar wordt onze cappuccino aangereikt die we op de bar aan de buitenzijde hadden laten staan. De mannen, twee Oostenrijkers uit Wenen, hangen al aan de bar met een fles Prosecco. Wij krijgen van de oude eigenaar ieder een tuinstoel om op te zitten.

Wij warmen op in de letterlijke zin, maar ook het gezelschap waarmee we zijn begint op te warmen. We praten Engels, Duits en de eigenaar houdt stug vol in het Italiaans tegen Desiree. Na onze cappuccino laten we ons meeslepen en bestellen net als de Oostenrijkse lovebirds een flesje Prosecco. La Dolce Vita! Wat voor ons zo goed als betekende die middag: je zit niet iedere dag in een leeg theater te schuilen tegen heftig noodweer in Rome. Terwijl wij ’s middags al aan de bubbels zitten kraakt het houten theater van de rollende donderslagen. Ongeveer een uur houden we onszelf daar in het halve donker op, voordat het eindelijk droog is. Eenmaal buiten zijn we lichtelijk aangeschoten en dankbaar voor de onverwachte wending van deze dag. We knuffelen opnieuw de zonnestralen die zijn teruggekeerd boven de stad.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *